Boete met Geldig Vervoerbewijs

boete
foto: jordy”1996″

Vraag aan het CDA en de CU (kamerlid Haverkamp en kamerlid Slob)
Volgens de controleurs van de RET en het GVB is in het besluit personenvervoer opgenomen, dat je met een OV-chipkaart moet in- en uitchecken, anders riskeer je een boete van 35 euro. Na een x-aantal keren niet uitchecken wordt je OV-kaart (al betaald) zelfs geblokkeerd. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) heeft hiermee ingestemd, omdat de registratie van persoonsgegevens nodig is om betalingen tussen vervoerbedrijven te kunnen verdelen. In Amsterdam en Rotterdam wordt deze richtlijn volledig toegepast en wordt menigeen beboet die niet in- en uitcheckt, ook studenten die op sommige dagen vrij kunnen reizen met hun OV-studentenkaart. Bij de NS hebben vaste klanten de keuze om wel of niet in en uit te checken.  Dit verschil in boetebeleid geeft een rechtsongelijkheid. Het hebben van een geldig vervoerbewijs is dus niet meer voldoende voor het mogen reizen in het Openbaar Vervoer. Verder zorgt de door de overheid gestimuleerde marktwerking ervoor dat de registratie van persoonsgegevens (blijven zeven jaar bewaard!!) onnodig de privacy van de burgers in gevaar brengt. Zijn de persoonsgegevens wel nodig voor de verdeling van de gelden? Wat is u mening hierover en wat gaat u doen aan de rechtsongelijkheid (boetebeleid) tussen vervoerders?

Antwoord van de CU (10/1, kamerlid Slob)
De ChristenUnie-fractie deelt de zorgen over de privacy en het bewaren van persoonsgegevens. Inmiddels heeft het College Bescherming Persoonsgegevens ook uitgesproken dat die periode fors moet worden bekort. Het bewaren van gegevens is nodig zodat reizigers de gegevens kunnen gebruiken bij hun belastingaangifte en bij de regeling “geld terug bij vertraging”. Zeven jaar is daarvoor echter te lang. De bewaarperiode zal waarschijnlijk op korte termijn worden beperkt. Verder geldt wat betreft de ChristenUnie-fractie dat opgeslagen ritgegevens niet tot op de persoon te herleiden mogen zijn voor de vervoerder tenzij hier vooraf toestemming is gegeven door de reiziger.
Het klopt dat in- en uitchecken nodig is om de betalingen tussen vervoerbedrijven te verdelen. Daarnaast kan dit ook door de reiziger worden gebruikt voor declaraties voor de regeling “geld terug bij vertraging”. Er is inderdaad nu nog een verschil met NS waar vaste klanten nog niet hoeven in- en uit te checken. Het gaat dan om mensen met een jaarkaart of een jaartrajectkaart. Dit gaat echter veranderen. NS rolt geleidelijk de OV-chipkaart uit. Uiteindelijk zullen alle klanten, ook de vaste klanten, in- en uitchecken bij elke reis. Op grotere stations zal dit bij poortjes gebeuren. Hiermee wordt zwartrijden tegengegaan.
Er is dus volgens de ChristenUnie geen sprake van rechtsongelijkheid op dit punt. Wel vinden wij het onredelijk dat vaste klanten die met hun abonnement betaald hebben voor hun reis toch geconfronteerd kunnen worden met een boete als ze per ongeluk vergeten zijn in of uit te checken.

Antwoord van het CDA (21/2, kamerlid Haverkamp)
Het zal u niet zijn ontgaan dat er op dit moment veel kritiek is op de OV chipkaart. In de media spitst deze kritiek zich nu voornamelijk toe op de fraudegevoeligheid van de OV chipkaart. Terecht vraagt u aandacht voor de privacy aspecten van de OV chipkaart. Rondom de invoering van de kaart zijn er duidelijke afspraken gemaakt over de spelregels waaraan de Openbaar vervoersbedrijven zich moeten houden. Helaas heeft het College voor de Bescherming van de Persoonsgegevens (CBP) op 9 december moeten constateren dat de OV bedrijven in strijd met de wet handelen. Graag had ik bij de beantwoording van uw vragen ook aan kunnen geven hoe het CBP was omgegaan met deze constatering. Op dit moment is echter nog niet bekend welke handhaving instrumenten het college zal inzetten.
Voor de CDA fractie geldt: afspraak is afspraak zowel de reiziger als de Openbaar vervoersbedrijven moeten zich aan de afspraken houden en het is goed dat het CBP zeer kritisch kijkt naar de wijze waarop de Openbaar vervoersbedrijven omgaan met de privacy. Zeker omdat ook uit uw e-mail blijkt dat vele reizigers zich daarover zorgen maken. In uw bericht gaat u er vanuit dat de registratie van de persoonsgegevens minimaal zeven jaar zal zijn. Ik kan u op dat punt gerust stellen want de gegevens mogen niet zolang bewaard blijven. De Kamer heeft onlangs de regering gevraagd de bewaartermijn terug te brengen tot maximaal vier maanden tenzij de reiziger zelf vraagt, bijvoorbeeld in verband met zijn of haar belastingaangifte, om een langere opslagtermijn. Voor wat betreft het onderdeel privacy adviseer ik u de Internetpagina van het College Bescherming Persoonsgegevens in de gaten te houden omdat daar interessante informatie op staat. U signaleert niet alleen problemen rondom de privacy maar ook een rechtsongelijkheid tussen reizigers in het stedelijk openbaar vervoer en reizigers bij de NS. De reizigers bij de NS zouden zonder in te kunnen checken gebruik kunnen blijven maken van hun OV jaarkaart terwijl de reizigers bij de RET en het GVB wel zouden moeten inchecken. Voor zover ik kan nagaan zullen op termijn ook de reizigers bij de NS bij de poortjes moeten inchecken om het station te kunnen betreden dan wel te verlaten waarmee het onderscheid tussen de verschillende reizigers verdwenen is. Ik ga er vanuit dat hiermee uw vragen beantwoord zijn.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *