Overal zitten Suikers in

suikers

suikers
foto: Vde2eK

Vraag aan het CDA, D66, de PvdA en de VVD (14 april 2014, kamerlid Geurts, kamerlid Dijkstra, kamerlid Wolbert en kamerlid van Ark)
Waarom wordt er geen verbod gelegd op het toevoegen van suikers aan voedingsmiddelen? Zelfs in tandpasta zit suiker. In olvarit babyvoeding zitten in 1 potje minstens 6 suikerklontjes. Als de consument suiker wil, kan deze dat toch zelf toevoegen? Het is bekend dat suikers ongezond zijn en bijdragen aan de toename van o.a. obesitas en suikerziekte. Kunt u aangeven wat u hier van vindt en eventueel aan kan doen?

Antwoord van de VVD (20/5/14, kamerlid van Ark)
Minister Schippers (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) is in samenwerking met het bedrijfsleven tot het akkoord “Verbetering van de productsamenstelling” gekomen. Het doel hiervan is het verminderen van de gehaltes zout, (verzadigd) vet en calorieën (suiker) in producten, waarbij producten die bedoeld zijn voor kinderen hoge prioriteit verdienen. Dit zal uiteindelijk leiden tot -zo te lezen een wens van ons beiden- een gezonder productaanbod in de schappen. Dat is de rol die de VVD hier voor de overheid ziet weggelegd. De overheid maakt afspraken met producenten (bijvoorbeeld over standaard hoeveelheden zout die in het productieproces worden toegevoegd), dat is wat Schippers nu heeft gedaan. Daarnaast geeft de overheid voorlichting aan consumenten. Maar voorlichten is iets anders dan voorschrijven. Dat wil de VVD niet en ik zie ook niet in hoe wij dat zouden moeten handhaven. We hebben tenslotte geen invloed op hoe veel iemand eet van een product. Afspraken over de hoeveelheid zout in chips, prima, maar wij gaan Nederlanders niet voorschrijven hoeveel zakken chips zij maximaal in hun karretje mogen gooien.

Antwoord van D66 (26/5/14, kamerlid Dijkstra)
Wij maken ons net als u zorgen over de grote hoeveelheid toegevoegde suikers in voedingsmiddelen. Dit geldt eveneens voor toegevoegd zout en verzadigd vet. Op dit moment krijgen mensen bij een normaal voedingspatroon ongewild te veel binnen van deze toevoegingen. Het is in eerste instantie een verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven om tot een vermindering te komen. Wij zijn daarom een voorstander voor afspraken tussen overheid en bedrijfsleven over reductiedoelen op het gebied van suiker, zout en verzadigd vet, waarbij wettelijke maatregelen volgen als de doelen niet worden gerealiseerd. Na lang aandringen door de Kamer heeft Minister Schippers inmiddels met het bedrijfsleven het akkoord ‘Verbetering van de productsamenstelling’ gesloten. Daarin staan doelen voor het verminderen van de gehaltes zout, verzadigd vet en calorieën (suiker) in producten. Wij zullen scherp de vinger aan de pols houden om te kijken of dit ook echt leidt tot een reductie van de genoemde toevoegingen. Overigens heeft de overheid naast het maken van afspraken ook een voorlichtingstaak. Deze is nu belegd in het Nationaal Programma Preventie. Een initiatief van D66 en het CDA om preventie te stimuleren om leefstijlgerelateerde ziekten zoals bijvoorbeeld obesitas en problemen met hart- en bloedvaten te voorkomen.

Antwoord van het CDA (28/5/14, kamerlid Geurts)
Voor mij is goed en voldoende voedsel heel belangrijk. Als Tweede Kamerlid van de CDA fractie span ik mij in voor het verbeteren en voldoende borgen van voedselveiligheid. Voedsel moet voldoen aan hoge eisen, onder andere met betrekking inhoud, etikettering en hygiëne bij bereiding. De overheid heeft een voorlichtingstaak. Het Nationaal Programma Preventie geeft daar invulling aan. Het is een initiatief van CDA en D66 om preventie te stimuleren en om leefstijl gerelateerde ziekten, zoals obesitas en problemen met hart- en bloedvaten te voorkomen. De vraag of het toevoegen van suiker aan voedsel gereguleerd moet worden door de Nederlandse overheid is niet zomaar met een ja of nee te beantwoorden. De fundamentele vraag is of de toevoeging van suiker gereguleerd moet worden. Suiker is aan de ene kant een broodnodige brandstof voor ons lichaam. Aan de andere kant kan een teveel aan suiker tot vele lichamelijke kwalen leiden. Daarbij speelt ook de vraag of de overheid hierbij van bovenaf regels moet opleggen. Moet de overheid de verantwoordelijkheid overnemen van producenten om een in feite in kleine hoeveelheden niet schadelijke stof te verbieden om toe te voegen en voor consumenten om niet eenzelfde product te kiezen dat geen suikers bevat? Voor de consument is een bredere keuze een vorm van welvaart, en moet de overheid dan deze keuze beperken? Deze vragen geven voor mij momenteel geen aanleiding om door middel van regulering in te grijpen in de markt. Daarbij komt ook nog dat ons voedsel wordt geïmporteerd uit andere voornamelijk Europese landen en ook geëxporteerd naar deze landen. Dus als er regelgeving zou moeten komen (wat op dit moment wat mij betreft niet opportuun is) zou het mijn voorkeur hebben, gezien er een Europese markt is voor voedselproducten, om dit op Europees niveau te organiseren.

Antwoord van de PvdA (26/6/14, kamerlid Wolbert)
Het is de PvdA al lange tijd een doorn in het oog dat veel voedingsmiddelen een hoog suikergehalte bevatten. Een hoog suikergehalte in voedingsmiddelen brengt grote gezondheidsrisico’s met zich mee. En omdat het om een groot aantal voedingsmiddelen gaat, hebben mensen weinig keuzevrijheid. Hetzelfde geldt voor met name zout en vet. Hoe graag mensen ook zouden willen, er valt weinig te kiezen. Dat moet snel anders! Daarnaast zijn veel mensen zich onvoldoende bewust van de hoeveelheid suiker in voedingsmiddelen. Dat komt omdat ‘suiker’ op etiketten op minstens 50 verschillende manieren kan worden aangeduid op de ingrediëntenlijst. Het is voor veel mensen daarom lastig om te achterhalen hoeveel suiker er in een bepaald product zit. Al jaren stelt het ministerie van Volksgezondheid, welzijn en sport dat de voedingssector zelf hard bezig is met maatregelen om het suiker-, zout- en vetgehalte van voedingsmiddelen te reduceren. Het akkoord ‘Verbetering van de productsamenstelling’ is daar een voorbeeld van, maar de ambities kunnen wat de PvdA een stuk scherper want maatregelen zijn wel erg vrijblijvend. De PvdA vindt de sector veel te langzaam vordert en inmiddels genoeg kansen heeft gehad om op eigen initiatief aan de slag te gaan. Het geduld begint wat de PvdA betreft inmiddels aardig op te raken, want de gezondheid van alle Nederlanders staat op het spel. Momenteel bereid de PvdA daarom een initiatief wetsvoorstel voor om de hoeveelheid zout in voedingsmiddelen te verminderen. Dit voorstel zou, bij uitblijven van resultaten van de voedingssector zelf, kunnen worden uitgebreid met normen voor het suiker- en vetgehalte.

suikers
foto: Burningwell

Vraag aan de PvdA, de PvdD, de SP en de VVD (26 september 2012, kamerlid Dikkers, kamerlid Thieme, kamerlid van Gerven en kamerlid Mulder)
Ben altijd lachend door het leven gegaan. Mijn dochter heeft dat geluk niet. Door haar ziekte, Polycysteus-ovariumsyndroom, gaat zij nu suikervrij door het leven. Helaas is dat niet gemakkelijk. De overheid klaagt over obesitas. Zij mekkeren wat over frisdrank. Maar er zitten overal suikers in. Zelfs in producten die zogenaamd gezond zijn. Kom in gezondheidswinkels, oftewel biologische winkels. Zelfs daar zitten in de producten suikers. Hoezo maak je kinderen dik? Als je overal suikers in stopt gaat dat lukken. Ik beb nu een volledige dag taak om mijn kind suikervrij door het leven te laten gaan. Ik vind dit een groot probleem. Pak obesitas aan en stop met toegevoegde suikers. Wie pakt dit op?

Antwoord van de VVD (2/10, kamerlid Mulder)
Na het lezen van uw bericht, kan ik mij voorstellen dat het een uitdaging is om de juiste voedingsmiddelen voor uw kind te vinden. Suiker is een smaakmaker en wordt aan veel voedingsmiddelen toegevoegd. Dat hoeft op zich geen probleem te zijn voor mensen wanneer zij bewust eten. Het beleid van de overheid is er dan ook op gericht om kinderen voor te lichten over voeding en sporten. Voor volwassenen geldt dat zij zelf de juiste keuze moeten maken. De VVD gaat niet de keuzevrijheid van mensen inperken door het gebruik van suikers te verbieden.

Antwoord van de SP (26/10, kamerlid van Gerven)
Het is lastig om gezond te eten door het grote aanbod. Helaas werkt de natuur niet echt mee. Wat ongezond is, is vaak ook lekker. In uw situatie is het belangrijk om met behulp van een diëtist goed uit te zoeken wat uw kind het beste kan eten. Goede voedingslessen op scholen zijn ook van belang. Daarnaast dient ook de voedingsindustrie haar verantwoordelijkheid te nemen. De uitdaging moet zijn om gezond voedsel te produceren wat ook nog lekker is. In ieder geval is het goed dat op de verpakking wordt aangegeven of een voedingsmiddel veel suiker of vet bevat, bijvoorbeeld met stoptekenkenmerken: groen betekent dan gezond(er) en rood ongezond(er). Helaas is de voedingsindustrie nog te veel bezig met het maximaliseren van de omzet in plaats van de gezondheidseffecten centraal te stellen.

Geen antwoord van de PvdA (26/12, kamerlid Dikkers)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

Geen antwoord van het PvdD (26/12, kamerlid Thieme)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

1 reactie

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *