Pleegmoeder als Toeslagpartner

pleegmoeder

Vraag aan het CDA, D66, de PvdA en de SP (24 januari 2016, kamerlid Omtzigt, kamerlid Bergkamp, kamerlid Ypma en kamerlid Kooiman)
Volgens de wet zijn pleegkinderen gelijk aan eigen kinderen. Dit kan toch niet ophouden op het moment dat ze meerderjarig zijn, maar wel nog in dezelfde ouder-kind verhouding in het pleeggezin blijven wonen? Volgens de belastingdienst is mijn pleegmoeder, omdat ik meerderjarig ben, niet meer mijn moeder maar mijn toeslagpartner. Hierdoor krijg ik geen zorgtoeslag meer en ben ik genoodzaakt nog meer geld te gaan lenen. Tevens krijgt mijn pleegmoeder als alleenstaande moeder met nog twee kinderen (5 en 8 jaar) geen kindgebondebudget meer. Er is in huis niks veranderd door mijn 18e verjaardag. Mijn pleegmoeder behandelt me nog steeds als haar kind en ik haar als mijn moeder. Ik word hierin gelijk gesteld aan haar eigen kinderen. Ook bijeenkomsten op school, ouderavonden e.d. worden door mijn pleegmoeder bezocht. Voor ons is er dus nog steeds sprake van relatie pleegkind-pleegouder, alleen ben ik nu meerderjarig maar gezien mijn rugzakje nog steeds niet in staat om op mezelf te wonen.

Antwoord van D66 (26/1/16, kamerlid Bergkamp)
D66 vindt het fijn om te horen dat er zo’n goede band is tussen pleegouders en pleegkind, dit is mooi en ontzettend waardevol. De wettelijke regels zijn momenteel zo geregeld dat als een pleegkind meerderjarig wordt hij of zij voor de wet als volwassen wordt aangezien. Dit betekent dat er inderdaad financiële consequenties zijn en als er sprake was van jeugdhulp of een pleegvergoeding dat deze stoppen op dat moment. Pleegzorg Nederland geeft als advies al rond de leeftijd van 16 jaar te bekijken wat er allemaal geregeld moet worden als een pleegkind volwassen wordt. Nu begrijp ik dat dat voor jullie niet meer van toepassing is. Maar op de website van Pleegzorg Nederland staat meer informatie over de mogelijke vragen die je hebt, zo kun je bijvoorbeeld tot je 23e jaar vrijwillig aanspraak maken op voortgezette jeugdzorg: ‘Wanneer een pleegkind 18 jaar wordt‘. Zij kunnen je ook helpen met eventuele andere vragen.

Antwoord van de PvdA (29/1/16, kamerlid Ypma)
Hartelijk dank voor je vraag. Bijna alle jongeren in Nederland bepalen zelf wanneer zij het huis uit gaan, op een moment dat zij daar klaar voor zijn. Maar als je in een jeugdzorginstelling of pleeggezin woont moet je zodra je 18 bent direct op eigen benen staan. Jaarlijks geldt dat voor ongeveer 6.000 jongeren die 18 worden, net als jij. Ik heb de staatssecretaris gevraagd hier meer aandacht aan te besteden, vooral aan de wensen en behoeften van jou en de andere jongeren. Ik heb schriftelijke vragen gesteld over je specifieke vraag, samen met een andere vraag die ik nog had over de pleegzorg, omdat ik er zelf het antwoord niet precies op weet.
Ik wacht de antwoorden even af op deze vragen. Ik heb wel al meer jongeren gesproken die 18 worden. In die gesprekken viel mij een aantal zaken op. Ten eerste willen jongeren zelf veel meer betrokken worden over hun eigen toekomst na 18 jaar. Daarom heb ik de staatssecretaris gevraagd ervoor te zorgen dat hulpverleners op tijd een zogenaamd hulpvoortzettingsplan maken, sámen met de jongeren en alle andere betrokken partijen. Daarnaast moeten instellingen verplicht worden een risicotaxatie te maken. Het moet bekend zijn of kinderen in een veilige situatie terecht komen na hun 18e verjaardag en zelfredzaam zijn. Tot slot moet er naar de individuele situatie van jongeren gekeken worden, in plaats van alleen naar hun leeftijd. Hulp die past bij de jongere en die via de WMO ook na de 18e jaar geboden kan worden, moet en kan ook aangeboden worden door de gemeente. Daarom moet de gemeente op tijd het hulpvoortzettingsplan en de risicotaxatie ontvangen en hiermee aan de slag gaan. Ons doel is dat jij en andere kinderen / jongeren uit de jeugdzorg niet achtergesteld worden en een goede start maken als jongvolwassene. En daarbij zoveel mogelijk dezelfde kansen krijgen als kinderen die in een reguliere beschermde thuissituatie opgroeien.
Tenslotte, hier de vragen die ik schriftelijk heb gesteld aan de staatssecretaris nav jouw vraag: Vragen van het lid Ypma (PvdA) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over toeslagen voor gezinnen bij meerderjarige, thuiswonende pleegkinderen en over tegemoetkomingen pleegzorg voor gezinnen net over de grens (ingezonden 1 februari 2016). Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 18 maart 2016) Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2015–2016, nr. 1623.

Ter info: Kamervragen + Antwoorden (687): Vragen van het lid Siderius (SP) aan de Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport over pleegkinderen die na hun 18de verjaardag in een zwart gat vallen (ingezonden 21 oktober 2014). Antwoord van Staatssecretaris Van Rijn (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 25 november 2014).

Geen antwoord van het CDA (24/4/16, kamerlid Omtzigt)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

Geen antwoord van de SP (24/4/16, kamerlid Kooiman)
Na 3 maanden en twee keer rappelleren is geen antwoord ontvangen.

5 reacties


  1. ·

    Ik ben een gescheiden pleegmoeder. Ik heb een eigen biologisch kind van 8 jaar, een pleegzoon van 6 jaar en een pleegdochter van 18 jaar. Het gaat om haar. Julia is op 1 december 2016 18 jaar geworden. Ik heb aangegeven dat ze bij mij mag blijven wonen. Ik faciliteer een kamer en ze mag mee-eten. Voor de rest moet ze het in financiële zin zelf gaan doen. Ze studeert aan het MBO en krijgt vanaf 1 januari studiefinanciering, basisbeurs voor uitwonend en maximaal aanvullend.

    Op mijn toeslagen zie ik dat mijn pleegdochter door de Belastingdienst nu als mijn toeslagpartner wordt aangemerkt. Gevolg hiervan is dat ik mijn kindgebondenbudget verlies. Mijn pleegdochter kan geen zorgtoeslag aanvragen. Onze gezamenlijke ‘inkomens’ zijn namelijk te hoog. Zowel ik als Bureau Jeugdzorg, voogd van Julia, hebben contact gezocht met de Belastingdienst. Blijkbaar is onze situatie, gescheiden pleegmoeder met inwonend pleegkind ouder dan 18 en eigen kind jonger dan 18, een situatie waar de Belastingdienst geen rekening mee houdt. Ze geven aan niks te kunnen doen. Ik heb inmiddels formeel bezwaar gemaakt.

    Ik vind het onbegrijpelijk dat mijn pleegdochter van 18 jaar als mijn toeslagpartner wordt gezien. Ik zie dat eigen kinderen tot 27 jaar niet als toeslagpartner worden gezien. Ik zie dat stiefkinderen tot 27 jaar ook geen toeslagpartner zijn. Ik begrijp echt niet waarom een pleegkind dan wel als toeslagpartner wordt gezien. Door deze situatie verlies ik mijn kindgebonden budget. Een budget, dat ik als gescheiden moeder nodig heb om mijn eigen biologische zoon van 8 jaar te kunnen geven wat hij nodig heeft. Het kan toch niet zo zijn dat ik mijn pleegdochter van net 18 jaar, een meisje dat in haar leven al meer dan voldoende heeft meegemaakt, op straat moet zetten omdat ik anders onvoldoende financiële middelen heb voor mijn eigen biologische zoon. Mijn pleegdochter krijgt studiefinanciering en zij kan van dit budget van bijna 600 euro per maand, waar zij al haar kosten van moet doen, mijn verlies aan 250 euro kindgebondenbudget toeslag per maand echt niet compenseren.

    Het is mijn stellige overtuiging dat er een gaatje in de regeling zit. Er wordt geen rekening gehouden met de situatie dat een gescheiden pleegouder met een eigen kind jonger dan 18 jaar blijft zorgen voor een pleegkind, zelfs als dat niet meer moet omdat het kind 18 jaar is geworden. Ik vind het geen probleem dat ik geen pleegzorgvergoeding meer krijg, Julia krijgt immers studiefinanciering en kan daarmee haar eigen kosten dekken, maar in financiële zin gestraft worden doordat dit ten koste gaat van mijn kindgebonden budget voor mijn eigen biologische zoon van 8 jaar, dat is te veel van het goede. Ik ervaar het ook echt als straf. Ik wil dit kind, want dat is ze ook al is ze net 18, niet in de steek laten. Ik wil haar blijven helpen, haar kansen op een goed zelfstandig leven, maximaal vergroten.

    Om ervoor te zorgen dat Julia hier kan blijven wonen, is door Bureau Jeugdzorg verlengde pleegzorg aangevraagd. Enkel om er voor te zorgen dat ik in financiële zin gecompenseerd wordt, zodat Julia hier kan blijven wonen en ik haar verder kan begeleiden naar zelfstandigheid. Gelukkig heeft de gemeente Breda dit voor 2017 toegekend, maar dit kan toch niet de bedoeling zijn. Bovendien is het maar de vraag of de gemeente Breda dit volgend jaar opnieuw wil doen. Ik gun mijn pleegdochter, net als mijn eigen kind, dat zij op zichzelf mag gaan wonen als zij daar aan toe is en niet omdat het moet, omdat zij een pleegkind is/was en ik haar om financiële redenen de deur uit moet zetten.

    Beantwoorden

    1. ·

      Voor mij geldt dezelfde situatie. Inmiddels rechtszaak aangespannen tegen belastingdienst. Tis toch ziek dat pleegkind bij 18 jaar niet alleen als toeslagpartner wordt gezien, maar ook als levenspartner, zodat je geen alleenstaande ouder meer bent.

      Beantwoorden

  2. ·

    Inmiddels heb ik de beslissing op mijn bezwaarschrift bij de Belastingdienst binnen. Helaas, de Wet houdt geen rekening met alleenstaande ouders met minderjarige kinderen die pleegkinderen na hun 18e willen blijven ondersteunen. Julia wordt daarom als mijn toeslagpartner aangemerkt. Dit kost ons samen meer dan 350 euro per maand. Het is werkelijk schandalig! Ik hoop dat iemand in de 2e Kamer het helder licht krijgt om te zorgen dat de Wet op dit punt wordt aangepast! Pleegkinderen horen in hun nieuwe gezin op dit punt dezelfde rechten te hebben als biologische kinderen en stiefkinderen.

    Beantwoorden

    1. ·

      Sylvia, zie mijn reactie hieronder. Eindelijk goed nieuws voor je: vanaf volgend jaar wordt de regeling gewijzigd!

      Beantwoorden

  3. ·

    Dit staat nu op de website van de VNP:
    “Vanaf 1 januari 2018 wordt een inwonend meerderjarig pleegkind door de Belastingdienst niet langer gezien als toeslagpartner, als daar een verzoek aan vooraf gaat om niet als partners te worden aangemerkt. Dit is op 24 mei 2017 toegezegd door staatssecretaris Wiebes. Het betreffende Kamerstuk is hier te raadplegen.
    Pleegouder en inwonend meerderjarig pleegkind moeten dus gezamenlijk vooraf de Belastingdienst verzoeken om niet als toeslagpartners te worden aangemerkt.”
    Goed nieuws dus, maar wat jammer dat het zo lang heeft moeten duren!

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *