Leerplicht en Motivatie

leerplicht

Vraag aan D66, de PvdA, de PVV en de VVD (14 mei 2014, kamerlid van Meenen, kamerlid Jadnanansing, kamerlid Beertema en kamerlid Lucas)
Als docent MBO zit ik met een probleem. Er zijn deelnemers die totaal ongemotiveerd de normale gang van zaken in lessen verstoren. Ons rest vaak niet meer dan de deelnemer de klas uit te sturen. Zelden verandert het gedrag en wordt het alleen maar slechter. Dan komt er een moment dat de deelnemer niet langer meer welkom is op de school. Tussentijds zijn wel andere deelnemers gefrustreerd en afgeremd. Vervolgens krijgt deze “slechte” deelnemer weer kansen bij een andere afdeling of school, omdat hij nou eenmaal leerplichtig is. Begint het hele circus weer van voor af aan. In contacten met VMBO docenten merk ik vaak dat daar bij deze deelnemers al eigenlijk hetzelfde heeft plaats gevonden. Wat een ellende. En vooral wat een demotivatie voor goedwillende deelnemers en docenten. De docent is volgens jullie toch de professioneel? Moet het nou eens niet zo worden dat indien een onderwijs team geconstateerd heeft dat de deelnemer niet wil of kan leren de leerplicht voor de betreffende deelnemer wordt opgeschort, anders toch zeker als twee teams dit onafhankelijk van elkaar, achter elkaar vaststellen. Zo voorkomen wij mijns insziens demotivatie bij deelnemers en docenten en besparen kostbare onderwijsgelden.

Antwoord van de VVD (14/5/14, kamerlid Lucas)
Ik kan me voorstellen dat het frustrerend is om te merken dat sommige leerlingen moeilijk te motiveren zijn. Het opschorten van de leerplicht is misschien wel een oplossing voor het onderwijs, maar zeker niet voor de leerling! En daar gaat het uiteindelijk om in het onderwijs. Zonder startkwalificatie is het moeilijk een baan te vinden en we weten ook dat juist deze jongeren na het verliezen van een baan bijna niet meer aan de bak komen. In het MBO worden nu voorstellen gedaan voor een andere bekostiging, die ervoor moeten zorgen dat jongeren op het juiste niveau instromen in het MBO. Ook wordt de opleidingsduur verkort, zodat leerlingen worden uitgedaagd. Wij denken op deze manier de gemotiveerde leerling meer te kunnen bieden. Door de aanscherpingen in de bijstandswet (Wet Werk en Bijstand) geven we bovendien een helder signaal af aan jongeren dat niets doen en een uitkering aanvragen geen optie is. Van de docenten wordt gevraagd om te kunnen gaan met verschillen in de klas. Natuurlijk zijn gemotiveerde leerlingen fijn. Maar een goede docent weet ook de minder gemotiveerde leerling te bereiken. Ook dat hoort bij het onderwijs! Ik hoop dat het u lukt om uw leerlingen te motiveren en de goeden niet onder de kwaden te laten leiden!

Antwoord van de PVV (14/5/14, kamerlid Beertema)
Wat de PVV betreft slaat u de spijker op z’n kop. Al eerder pleitten wij voor het recht op “tuigvrij onderwijs” voor al die goedwillende vmbo’ers en mbo’ers die hun kostbare onderwijsjaren op de best mogelijke manier willen besteden. Zij willen zich ontwikkelen en een mooi vak leren. Ze investeren in zichzelf om straks als jongvolwassenen een goede baan te krijgen, zelfvoorzienend te worden en uiteindelijk een gezin te stichten. Vergeet niet dat vmbo’ers en mbo’ers de ruggengraat zijn van de economie en daarmee van de hele maatschappij. We hebben ze keihard nodig om onze welvaart en ons welzijn op peil te houden. Maar het zijn juist de vmbo’s en de mbo’s waar ook de probleemgevallen worden “gedumpt”. De mbo-bestuurders en -managers hebben jarenlang “maatschappelijk ondernemer” gespeeld en op alle mogelijke manieren gewerkt aan groei. Waar die groei vandaan kwam deed er niet zoveel toe. Zo kon het gebeuren dat er in samenwerking met de plaatselijke linkse politiek utopische onderwijsmodellen werden uitgewerkt waarin allerlei jongeren die kansloos zijn in het onderwijs en daar eigenlijk helemaal niet thuishoren, toch een plaats moesten krijgen in het reguliere onderwijs. Daarvoor moest dan wel een heel begeleidingssysteem worden opgetuigd. Maatschappelijk werkers, schuldsaneerders, de reclassering, counselors, leerlingbegeleiders. In de papieren plannen is het allemaal reuze verantwoord wat er gebeurt, maar in de werkelijkheid van alledag werkt het van geen meter. Het echte werk in het klaslokaal wordt afgeschoven op de leraar die er uiteindelijk alleen voorstaat. Van hem en haar wordt verwacht dat deze menging van gemotiveerde leerlingen en probleemgevallen voor iedereen goed uitpakt. Maar dat kan natuurlijk helemaal niet. De probleemgevallen veroorzaken onrust en chaos. Ze slokken veel te veel kostbare onderwijstijd en aandacht op die niet gaat naar de goede leerlingen. De extra begeleiding kost veel te veel geld dat niet gaat naar onderwijs. Het allerergste is dat de goedwillende gemotiveerde leerlingen hier dagelijks onder lijden. En minder ver komen dan mogelijk was geweest. Als mbo-docent maakte ik zelf mee dat enkele prima leerlingen afkomstig uit het vmbo-tl er na een jaar op niveau 4 de brui aan gaven. Ze baalden enorm van het eeuwige te laat komen van klasgenoten, het spijbelen, de ruzies, de tegenzin, het pappen en nathouden waardoor de school meer leek op een zorginstelling dan op een onderwijsinstelling. Uiteindelijk kozen ze er voor om naar de havo te gaan, terwijl ze alledrie heel bewust hadden gekozen voor het mbo, omdat het praktisch ingestelde meiden waren, die heel graag aan de slag wilden als secretaresse. Dat is een maatschappelijk onrecht dat zo snel mogelijk moet stoppen. Maar het ziet er niet naar uit dat dat ook zal gebeuren. Wethouder van Onderwijs Hugo de Jonge (CDA) in Rotterdam werkt er samen met de PvdA hard aan om de leeftijd voor de kwalificatieplicht te verhogen van 18 naar 21 jaar. Het probleem dat u benoemt, zal dus niet kleiner worden, maar groter. Veel groter zelfs, want de “jongeren” tussen 18 en 21 die er na al die jaren nog niet in geslaagd zijn om een starkwalificatie op mbo-niveau 2 te halen, zonder dat er sprake is van een handicap, hebben in de jaren dat ze niet op school waren dingen gedaan en ervaringen opgedaan die hen meer dan ooit schoolongeschikt maken. De Pvda-onderwijswoordvoerder in de Tweede kamer mevrouw Jadnanansingh zegt dat ze deze jongeren “niet aan hun lot wil overlaten”. Daarmee implicerend dat de PVV dat wel zou doen. Wat ik zo graag zou willen duidelijk maken aan de PvdA en alle andere linkse partijen is dat we met deze maatregel die duizenden goedwillende, gemotiveerde en hardwerkende scholieren keihard laten vallen. En tegelijkertijd nauwelijks een helpende hand toesteken aan de probleemjongeren die tegen wil en dank door de Wet gedwongen worden om in de schoolbankjes te blijven zitten. Is er een oplossing? Natuurlijk wel. Deze categorie leerlingen hoort niet thuis in het reguliere onderwijs. Richt een aparte opvang voor deze jongeren in, met gespecialiseerd personeel. Zorg ervoor dat uitkeringen niet bereikbaar zijn voor deze jongeren en laat ze, desnoods onder begeleiding, aan het werk gaan in de haven, in het Westland, in de aspergeteelt. Er is ongeschoold werk genoeg. Dat wordt nu gedaan door legale en illegale werknemers uit Oost-Europa, terwijl onze eigen jonge werklozen thuis zitten, of zich bezig houden met zaken die we echt niet willen. Doe dat in samenwerking met andere ministeries dan OCW. Want waarom moet het onderwijs altijd opdraaien voor elk maatschappelijk ongemak dat zich voordoet? Dit is geen onderwijsprobleem; sterker nog, het onderwijs KAN dit probleem helemaal niet oplossen. Dan moeten we ook niet doen alsof.

Antwoord van de PvdA (15/5/14, kamerlid Jadnanansing)
Vanzelfsprekend is het niet de bedoeling dat de totaal ongemotiveerde deelnemers de normale gang van zaken in de lessen verstoren, op zo’n wijze dat andere deelnemers gefrustreerd en afgeremd raken. Het is dan echter geen oplossing als zulke totaal ongemotiveerde deelnemers zomaar van hun leerplicht worden ontheven. Wij willen dat iedere jongere zijn onderwijsloopbaan afsluit met een toereikende kwalificatie om op de arbeidsmarkt aan de slag te kunnen gaan. Het verschijnsel dat leerplichtige jongeren – zelfs als dezen totaal ongemotiveerd zijn – thuiszitten draagt daar zeker niet aan bij. Vertrouwen in de professionaliteit van de leraar moet inhouden dat leerplichtambtenaar in samenspraak met de school en de ouders zoekt naar een oplossing voor zulke jongeren. Dit laat onverlet dat dit niet eenzijdig de problematiek op het bordje van de docent mag schuiven en dat dit geen acceptatie van wangedrag in de lessituatie mag betekenen. Leerplicht is en blijft een verplichting die eisen stelt aan de leerplichtige jongeren zelf.

Antwoord van D66 (22/5/14, kamerlid van Meenen)
Als oud-docent herken en begrijp ik uw probleem heel goed. Als oud-bestuurder in het VO weet ik dat in veel regio’s voorzieningen zijn in de vorm van een rebound of time-out, waar op een aparte locatie met gespecialiseerd personeel gewerkt wordt aan gedrags- en/of motivatieproblemen, die een verblijf op een reguliere school (tijdelijk) in de weg staan. Ook kan daar bezien worden of terugkeer naar de eigen school mogelijk is, dan wel dat een leer-werktraject ingezet moet worden. Het laten vervallen van de leerplicht is in mijn ogen een te drastische maatregel. We moeten leerlingen niet voortijdig ‘loslaten’. De schade voor de leerling en voor de samenleving is dan vaak zeer groot. In de Haagse regio weet ik dat sprake is geweest van het openstellen van deze voorzieningen ook voor mbo-studenten. Blijkbaar bestaat voor uw school die mogelijkheid (nog) niet. Mijn advies zou zijn om dit op uw school wel te gaan doen in overleg met het VO. Het beste kunt u daarvoor uw bestuur aanspreken. Ik hoop dat dit snel tot een oplossing leidt.

2 reacties


  1. ·

    Geachte mevrouw Lucas, het probleem is niet dat ik als docent of collega’s van mij niet in staat zijn om de deelnemers te motiveren! Het probleem is dat deze deelnemers door de leerplicht verplicht naar school moeten en dit ook als zodanig ervaren. Deze deelnemers willen niet studeren. Met als gevolg dat ze alleen maar storend aanwezig zijn! Een ROC word op deze manier misbruikt als bewaarschool. Daar hebben deelnemers die wel willen ernstig last van. En komt het onderwijsklimaat niet ten goede. Om te stellen dat docenten daar dan maar moeten mee leren omgaan is een drog reden. Het onderwijs is niet de plaats om gedragsproblematiek van bepaalde groepen jongeren op te lossen. Het zou fijn zijn als men dit ook in de politiek eens ging beseffen.

    Beantwoorden

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd.