Schenking en Erfenis

schenking

Vraag aan D66, de PvdA en de VVD (20 juni 2015, kamerlid Berndsen, kamerlid Recourt en kamerlid van Oosten)
De behandeling van wetsvoorstel 33987 schijnt in een vergevorderd stadium te verkeren. Een belangrijk onderdeel daarvan luidt, dat startvermogen en tijdens huwelijk of geregistreerd partnerschap verkregen schenking en erfenis standaard niet meer tot het gemeenschappelijk samenlevingsvermogen behoren, maar als privébezit worden aangemerkt, waar een partner geen aanspraak op kan maken. Dat biedt de verkrijger alle mogelijkheid om diens privébezit te beschermen. Maar, die wet biedt de verkrijger wel alle ruimte om daar (al of niet onder druk van de partner) bij testament van af te wijken. De schenker en erflater (oorspronkelijke vergaarders van dat privébezit) hebben daarentegen, zelfs met schenkvoorwaarden of testament met harde uitsluitingsclausule (werkend bij scheiding en overlijden) geen enkele zekerheid, dat hun bezit niet weg lekt naar de koude kant. M.a.w. bij aanneming van de wet, kan de verkrijger zijn privébezit veilig stellen, terwijl de schenker en erflater, als vergaarder, maar af moeten wachten of en in hoeverre de verkrijger hun wensen respecteert. Vraag: Waarom wordt niet tegelijkertijd de werkingskracht van de harde uitsluitingsclausule bij wet zodanig opgevijzeld, dat onder harde uitsluiting verkregen privébezit standaard alleen kan vererven naar bloedverwante erfgenamen van de verkrijger volgens het wettelijk versterferfrecht, dus niet naar huwelijks- of geregistreerde partners?

Antwoord van D66, de PvdA en de VVD (9/7/15, kamerlid Berndsen, kamerlid Recourt en kamerlid van Oosten)
Vriendelijk dank voor uw bericht en vragen over het wetsvoorstel betreffende het huwelijksvermogensrecht. De antwoorden zijn namens de drie initiatiefnemers, D66, PvdA en VVD opgesteld. U heeft een specifieke vraag over het erfrecht en vraagt waarom de harde uitsluiting in het erfrecht niet verder wordt uitgewerkt. Wij hebben er voor gekozen om erfenissen niet in de gemeenschap te laten vallen. Daarmee sluiten wij ook aan bij de wil van een groot deel van de erflaters. Wij zijn van mening dat dat gerespecteerd moet worden en dat daar niet aan getornd mag worden. Dat blijkt ook uit ons wetsvoorstel. Daarna ontstaat een nieuwe situatie waarbij de verkrijger op zijn beurt weer kan bepalen wat hij met de erfenis doet. Wij vinden het belangrijk dat elke erflater op zijn eigen manier moet kunnen bepalen hoe hij zijn erfenis wil vermaken. Ook die testeervrijheid is belangrijk. Uiteindelijk is het aan de verkrijger om te bepalen in hoeverre hij de wil van de erflater respecteert. Over het algemeen hoeft dit geen probleem te zijn, waarbij wel een onderscheid gemaakt moet worden tussen nalaten aan de andere echtgenoot na overlijden en het delen van de erfenis met de partner. Over het algemeen wordt er geen probleem ervaren als na overlijden van de erfgenaam de verkregen erfenis vermaakt wordt aan de achterblijvende echtgenoot. Het huwelijk is immers liefdevol geëindigd. Verder ligt het regelen van de harde uitsluiting niet zozeer op het terrein van het huwelijksvermogensrecht, maar op het gebied van het erfrecht. Wij hadden niet de intentie om het erfrecht te wijzigen.

Geef een antwoord

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *